Het reilen en zeilen van de jongenschiro: van 1957 tot 1982

De twee grote bezielers van het eerste uur waren E.H. Raf Dely en Jorig Lavens.


E.H. Raf Dely werd priester gewijd op 18/12/1955. Hij werd aangesteld als leraar aan het klein seminarie te Roeselare, maar hij was ook actief in de KSA. Toen hij op tweede kerstdag 1956 Joris Lavens ontmoette in de Potteriestraat te Lichtervelde, was er nog niets dat liet vermoeden dat deze ontmoeting de start zou worden van een bloeiende chirogroep.

Joris Lavens had kort voordien een film gezien waarin een beeld geschapen werd van jeugdverwaarlozing. Diep onder de indruk van die film, wilde hij vermijden dat iets dergelijk te Lichtervelde zou gebeuren. Samen met E.H. Raf Dely werd het plan opgevat om met een jeugdwerking te starten om op die manier de Lichterveldse jeugd op te vangen en te begeleiden tijdens de vrije zondagnamiddagen. In samenspraak met pastoor Paul Debeir werd gekozen voor de chirowerking.

Als naam koot men Sint Paulus, naar de naam van de pastoor die ook een lokaal ter beschikking stelde: de Margarethazaal in de Stationsstraat (waar nu de ASLK gevestigd is).
Het werd een heel kalme start, want de eerste zondag waren er welgeteld zes jongens!! Daardoor lieten de stichters zich zeken niet ontmoedigen en ze gingen als het ware op de hoeken van de straten staan om leden te werven.

Dit bleef niet zonder resultaat, want men kon van wal steken met drie afdelingen:
de jongknapen (7-10j),
de burchtknapen (10-12j)
en de kanpen (12-14j).

Later kwamen daar nog twee afdelingen bij: 

de kerels (14-16j)
en de aspiranten.

In 1957 werd al voor de eerste keer een bivak georganiseerd. Daar de groep St.-Paulus nog niet over voldoende mogelijkheden beschikte, werd dit kamp samen georganiseerd met de groep van Torhout. Het ging door in Westende en duurde vier dagen. Het weer was niet zo formidabel want de nijdige wind rukte de Lichterveldse tent omver en door de aanhoudende regen kwamen onze pioniers zelfs onder water te staan.

In 1958 legden de eerste leiders plechtig hun belofte af.
Dit jaar ging het bivak door te Westouter in het KSA-heem Montsalvaat. Daar moesten de leiders zich sterk houden met ovomaltine.Het kampmateriaal voor zowat tachtig man werd aangevoerd en teruggebracht door heel wat bereidwillige mensen. dit bivak duurde 'slechts' vijf dagen, daar de groep, materieel gezien, nog niet zo goed uitgerust was. Voor de kleinsten ( de jongknapen), die ook meegingen met de grote groep, bleef het bivak beperkt tot 3 dagen.Een ander hoogtepunt in dit jaar was "De dag der Tienduizend" te Dadizele. Lichtervelde was daar aanwezig met 92 leden (leiding inbegrepen).

Toen men in 1959 vroeg aan de chiroleiding om de bouw van een Mariakapelletje op zich te nemen, was die onmiddellijk enthousiast. De chiro bouwde een kapelletje op de wijk St.-Henricus.Voor de tweede maal trok men op bivak naar Westende. Daar vonden de leiders meer dan eens een heiligenbeeld in hun bed. De leuze was: "Wij moeten slapen, dus de beelden ook!"

1960 was het jaar waarin , onder impuls van de chiroleiding, gestart werd met een parochiale jeugdraad. Alle jeugdbewegingen waren erin vertegenwoordigd. Als belangrijkste en blijvende initiatieven vermelden we de vasten-en adventswerking voor jongeren en de organisatie van de week van de jeugd.Dit jaar ging het kamp voor de tweede maal door te Westouter. Daar was ook een nachtspel voorzien, waarin één van de leiders werd ontvoerd. Gelukkig, werd hij achteraf door zijn medeleiders heelhuis teruggevonden.

In 1961 organiseerde de groep voor de eerste maal het Kampioenschap van Lichtervelde voor 'hoge guidons'. dit gebeurde in samenwerking met de gemeente, de brandweer en de Parochiale jeugdraad. Later ontstond uit die parochiale jeugdraad een gemeentelijke jeugdraad, waaruit, onder impuls van enkele gewezen chiroleiders, de jongerengemeenschap zou groeien. Deze was bedoeld voor jongeren die niet aangesloten waren in een jeugdbeweging. In dit jaar trok men op bivak naar Wielsbeke. De vijver bleek een grote aantrekkingskracht te hebben op de 56 deelnemers. Sommigen slaagden er zelfs in een vlot aan elkaar te sjorren en als echte volbloedpiraten van wal te steken. Dit had wel de nodige natte en bemodderde kleren als gevolg.

In 1962 ging het bivak door te Kemmel. Het werd georganiseerd samen met de groep van Sint Henricus. Een van de leiders werd plots overvallendoor een hevige koortsaanval. E.H. Raf Dely zocht zijn heil in een waar paardenmiddel. Bij bereidwillige buren werd een ferme scheut calvador geleend en dit diende men toe aan de zieke. Na een goede nachtrust was de leider weer zo fris als een hoentje! In dat jaar werd ook voor de eerste maal een oudersfeest georganiseerd.

De groep was zo langzamerhand zijn kinderschoenen ontgroeid en in 1963 durfde men het voor het eerste aan tiendaags bivak te organiseren. Daardoor kon men dan ook aanspraak maken op een subsidie van het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn. Dit bivak ging door te Vaulx-Lomprêt. Het was een prachtig tentenkamp in een zeer mooie omgeving. Het weer viel wel niet al te best mee, maar dat kon de pret niet bederven. De marsen naar het kerkje van Vaulx waren wel niet al te geslaagd: in een sukkelgangetje naar boven en in een stormpas naar beneden. Sommigen zullen wellicht ook minder prettige herinneringen hebben aan de primitieve W.C. of aan de openlucht wasplaats. Maar al bij al werd dit kamp, ondanks muggen, 'dazen' en ander stekend en vliegend ongedierte een groot succes.

Op 2 mei 1964 reisde ook onze groep af naar Antwerpen voor Top '64. Zowat 60.000 chirojongens uit heel het land kwamen daar samen om te zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor de groepswerking. Het werd een reuzefeest waarin alle groepen en afdelingen betrokken waren. Als gevolg daarvan werd ook te Lichtervelde een groots "één tegen allen" spel georganiseerd. Een tweede gevolg was de reorganisatie van de nationale chirowerking. de afdelingen kregen een nieuwe naam: de jongknapen werden speelclub, de burchtknappen werden rakkers en knapen werden toppers. Ook de kentekens op de uniformen werden vernieuwd. Onze groep trok in 1964 voor het eerst naar Lichtaart op bivak. Daar konden wij ons uitleven in een paar prachtige vennetjes. Weliswaar waren de muggen daar nogal actief, maar dat werd er dan maar bijgenomen. Als logement dienden een aantal afgedankte kippenhokken, maar het bleef bij kakelen. In november ging er ook een chirofeest door dat een daverend succes werd.

1965 was voor onze groep een belangrijk jaar. Immers toen werd er reeds voor de eerste keer gesproken over hemenbouw. bovendien werd ook dat jaar Joris Lavens (medestichter) tot priester gewijd. Als kampplaats werd Sint Job in 't Goor gekozen. Het warme en vochtige weer zorgde ervoor dat we te maken kregen met een waar broeinest voor de muggen. sommige leiders kunnen daar heel goed van meespreken. Er was er zelfs één met een lip 'van hier tot ginder'.

Dat er reeds in 1965 over hemenbouw gesproken werd, kan verwonderlijk lijken. Het wordt wel wat duidelijker als men weet dat er toen al sprake van was om de Margarethazaal af te breken.

In 1966 namen die plannen steeds duidelijker vorm aan, zodat er hardnekkig gezocht werd naar een nieuw onderkomen. Als tijdelijke oplossing verhuisde men voor een poosje naar het wezenhuis Roelens in de stationsstraat. Gelukkig voor de groep, stelde Mevrouw Vandevelde dan haar fabrieksgebouwen ( die toch leegstonden) ter beschikking. Het spreekt vanzelf dat die gebouwen geschikt waren als jeugdheem.

1966 werd dus een jaar van hard werken om het nieuwe verblijf om te vormen tot een heem. Niet alleen werd er veel werk verzet door de chirojongens zelf, er werden ook heel wat bereidwillige ouders gevonden om mee te werken. En werk was er genoeg!! er was niet alleen de verdeling in hemen die nog moest gebeuren, ook het terrein rond de gebouwen werd effen gemaakt en met gras bezaaid. rondom dit alles werd een afsluiting geplaatst en er werden zelfs bomen aangeplant. Dit jaar trokken we voor de tweede keer naar Lichtaart op kamp. Ook daar gebeurden wel een aantal ongewone zaken. Eén van de rakkers was na een bosspel spoorloos verdwenen.Onmiddellijk werd een grootscheepse zoekactie op touw gezet. Het bos wemelde van fluitende en roepende leiders en jongens. Toen ook deze actie zonder gevolgen bleef, trokken we met de kop tussen de schouders terug naar de kampplaats. Groot was de verwondering toen de bewuste rakker daar rustig op zijn bed zat te wachten! Hij was verloren gelopen en door een vriendelijke ijsroomventer naar de kampplaats teruggebracht. Ook de kerels beleefden wel een en ander, want op trektocht werden ze door een woedende boer voor een inbrekersbende aanzien. Met alle nare gevolgen vandien!!

Ook na het kamp werd koortsachtig verder gewerkt aan het klaarmaken van de nieuwe lokalen en op 12 maart 1967 greep de verhuis plaats. De 15de maart kwamen we voor het laatst samen in de Margarethazaal. Kort daarop werd opnieuw een Kampioenschap van Lichtervelde voor hoge guidons georganiseerd. dit ging gepaard met een fancy-fair in de namiddag en een oberbayernfeest 's avonds. Dit alles met de bedoeling de lege kas weer wat te vullen. datzelfde jaar werden er ook Vlaamse feesten georganiseerd, met hetzelfde doel.

1967 was het jaar van Eksel, nabij Leopoldsburg. Een bijzondere attractie voor alle afdelingen was het Leopoldstrand. Waarschijnlijk zijn er echter ook wel die minder prettige herinneringen hebben aan die zwemvijven. Als je zo maar in je eentje probeert om die leeg te drinken opdat je niet onder zou gaan, beleef je wel minder pret! 1967 was voor de groep tegelijkertijd ook een droevig jaar. Imeers, dat jaar verloren we één van onze leiders. Leider Jef Vansteelandt overleed na een slopende ziekte. Tot op het laatste ogenblik werd hij bijgestaan door zijn familie, de proost E.H. Raf Dely, zijn medeleiders en zijn vele vrienden. Ondanks alles bleef hij optimistisch en probeerde hij zelfs de anderen op te monteren. Jef, de groep zal je altijd dankbaar blijven voor wat je gepresteerd hebt. Op de oudersfeesten was jij met je gitaar een leidende figuur. Nog lange tijd na je overlijden bleef er een leegte in de groep, een wonde die slechts langzaam geheeld werd. Wij blijven je gedenken. Je zal al wel gemerkt hebben dat het bivak ieder jaar het hoogtepunt vormt van de chirowerking. als je zo met een groep van 90 à 100 man tien dagen gaat samenleven, moet iedereen zijn steentje bijdragen opdat alles gesmeerd zou (blijven) lopen. Bij het bivak van Belsele-Waas werd het enthousiasme wel enigszins afgekoeld door de vele regen, maar toch werd het een goed kamp.

In 1968 is er ook iets belangrijks veranderd voor de groep. E.H. Raf Dely, die in 1956 aan de basis lag van de stichting van de groep, werd tot medepastoor benoemd op de H. Hartparochie van Roeselare. Tot zijn onze grote spijt moest hij de groep, zijn groep verlaten. In zijn plaats kwam E.H. Jozef Oost, afkomstig van St.-Henricus en leraar aan het St.-Amandscollege te Kortrijk. Hij kreeg de zware taak om iemand als E.H. Raf Dely te vervangen. Heel diplomatisch en met veel gevoel voor humor heeft hij de taak aanvaard en het chirobootje verder door de wateren geloodst.

In 1969 kozen de chirojongen en-meisjes dezelfde kampplaats: Rotem. Zo werd die gemeente voor een periode van 17 dagen door Lichterveldse jongeren overrompeld. In Rotem waren er twee grote attractiepunten. Vooreerst was er de Zuid-Willemsvaart, die sommigen verleidde tot een verfrissende duik (zelfs met fiets en al). Verder was er ook nog de zandgroeve, die voor de kleinsten uitgroeide tot een reusachtig dal, met diepe ravijnen en steile wanden. Velen hebben er onvergetelijke herinneringen aan de heroïsche voetbalmatch die er gespeeld werd tussen de leiding en de ouders. Voor sommigen zijn de herinneringen misschien zelfs minder prettig.

Het jaar daarop, in 1970, trok de groep, voor het eerst sinds 1963 opnieuw op kamp naar de Ardennen. Het uitverkoren dorp werd Poupehan aan de Semois. Dit bivak zou uitgroeien tot één van de mooiste die groep ooit gekend heeft. Niet alleen was er de prachtige streek, maar er was ook tien dagen fantastisch weer. Het was wel een zeer lastig kamp en dat voor alle afdelingen. De ganse groep, uitgenomen die aspiranten, maakte reis per trein. Dat er een schoen door het raam verdween, werd er zomaar bijgenomen. De aspiranten maakten de tocht per fiets in drie dagen. Te Poupehan zelf werd er af en toe een frissen duik genomen in de Semois (al of niet met een vlot). Bij de terugkeer (allen met de trein), gebeurde er een vergissing in één van de stations van Brussel. De Lichterveldse stationschef heeft dan als zijn invloed moeten aanwenden om de enthousiaste groep toch nog, zij het heel wat later dan verwacht, thuis te krijgen. In 1971 trok de groep opnieuw naar Limburg op kamp. Opglabbeek werd de uitverkoren gemeente. Ook daar waren we ondergebracht in kippenhokken, zij het dan een modernere versie dan die van Lichtaart. Aan de andere kant van de straat was er een reusachtig speelterrein, wat natuurlijk nogal wat aantrekkingskracht uitoefende op onze jongens. Bij het speelplein was er ook een openluchtzwembad, wat ons toeliet heerlijk in het water te ravotten.

1971 was ook het laatste jaar waar de speelclub niet mee ging met de rest van de groep op kamp. Het traditionele kampvuur in Opglabeek werd wel wat bemoeilijkt dor een paar regenvlagen, maar door de deskundigheid van de eigenaar van de kampplaats kwam alles nog op zijn pootjes terecht.

1972: De groep bestaat vijftien jaar! Al een geruime tijd werden plannen gemaakt om dit derde lustrum niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Toch zou de viering van het vijftienjarig bestaan helemaal vervallen Immers, op zondag 7 juni verwoestte een grote brand het grootste deel van de hemen. Gelukkig was er op die zondag geen activiteit wegens de examens. Alhoewel er dus geen slachtoffers waren, was de materiële schade voor de groep enorm. Wat men in vijftien jaar had opgebouwd, werd in een paar uur tijd verwoest. Van het ene ogenblik op het andere stond de groep zonder lokalen en zonder materiaal. Nog dezelfde avond werden er op een geïmproviseerde leidersvergadering plannen gesmeed om alles nog zo goed mogelijk op te vangen. Zo vlug mogelijk werd een inventaris gemaakt van wat er nog te redden viel. Men besloot niet bij de pakken te blijven zitten, maar onmiddellijk alles in het werk te stellen om opnieuw van start te kunnen gaan. Al de daaropvolgende weken hield de proost E.H. Jozef Oost in alle eucharistievieringen een gelegenheidssermoen. De daaropvolgende omhaling bracht heel wat op, zodat het hoogstnodige materiaal opnieuw kon aangekocht worden. Als vervanging van de afgebrande hemen stelde de Heer Gaston Goddyn de groep een hoeve ter beschikking. Onmiddellijk begon men met de inrichting ervan. Bovendien moest er ook nog aan het op handen zijnde bivak gedacht worden. Met vereende krachten van sympathisanten en ouders werd het hoogstnodige kampmateriaal bijeengebracht zodat het kamp te Flobecq (Vloesberg) toch in de beste omstandigheden kon doorgaan. Dit kamp was wel belangrijk voor de groep. Vooreerst ging het door in eerder moeilijke omstandigheden (door de brand). Bovendien was het de eerste keer (sinds Kemmel 1962) dat de voltallige groep meetrok op kamp. De speelclub ging voor de helft van de periode (5dagen).

En last but not least, 1972 was het eerste jaar dat er een paar zusters meegingen om de keuken te helpen beredderen. Een woord van dank, ook aan al onze talrijke aandere kookmoeders, is hier zeker niet misplaatst! 1972 was ook een speciaal jaar voor de leidingsploeg. Men startte met het ondertussen traditioneel geworden bezinningsweekend. Zo'n weekend is zeker nuttig om eens dieper op bepaalde problemen, in verband met de werking, in te gaan. De naweeën van de brand bleven nog een tijdje aanslepen, zo waren er vooral een aantal verwarmingsproblemen, maar toch is de groep er goed bovenop gekomen. De uiterst krappe financiële situatie was het startsein tot het voeren van een aantal niet onopgemerkte acties.

Men startte met een 'lukkenslag'. Aanvankelijk was het niet de bedoeling er een jaarlijkse actie van te maken, maar door het aanhoudende succes is dit toch een Lichterveldese traditie geworden. Andere eenmalige acties om wat zaad in het bakje te brengen kenden al een even groot succes. Denk maar aan de verkoop van asbakken, zelfklevers, fotoalbums. Wegens de toch nog bescheiden financiële middelen, werd besloten om het eerste jaar na de brand (1973) de vervoerskosten naar de kampplaats zo laag mogelijk te houden. Als bivakplaats koos men daarom Loker, nabij de Kemmelberg. Bijna alle afdelingen tot de rakkers, trokken er met de fiets op af. Dat men niet ver moet gaan om een prachtig bivak te beleven, werd te Loker duidelijk bewezen. Midden in de West-Vlaamse bergen, werd ook die kampplaats een plaats waar de Lichterveldse groep zich kon uitleven. Iedereen moest natuurlijk zijn rennerscapaciteiten testen op de hellingen van de Kemmelberg. De hele groep werd er vertederd door het hondje van de buren, dat zomaar achtergelaten was. Wegens plaatsgebrek zat er dit jaar geen kampvuur in, maar ook in het licht van zaklantaarns kan er nog heel wat stemming zijn! Chiro-nationaal lanceerde voor 1914 de Jimping-actie. Men vroeg aan iedere groep een actie te organiseren in de eigen gemeente. De Lichterveldse groep liet zich zeker niet onbetuigd en organiseerde op 5 mei een grootse voetrally. In tegenstelling tot het jaar daarvoor, ging men de kampplaats opnieuw verder zoeken.

In 1974 werd Kasterlee de uitverkoren gemeente. Het kamphuis 'Boslicht' stond waarlijk verloren in de bossen.! Wegens brandgevaar was er ook dit jaar geen echt kampvuur, maar aan ambiance ontbrak het zeker niet. De Chiro werd nog datzelfde jaar in een nieuw kleedje gestopt. Het oude uniform werd door Chiro-Nationaal voorgoed aan de kapstok gehangen en werd vervangen door de bruine broek met het beige hemd. Tevens kreeg het witte leiderstouw een kleur, dat paste bij de afdeling waarbij men stond.: geel-groen voor de speelclubbers, groen voor de rakkers, rood bij de toppers, blauw voor de kerels en oranje voor de aspiranten. Dat het practisch toepassen van deze gedaanteverwisseling niet van dag op dag gebeurde leek wel logisch. In 1975 trok men terug naar Sint Job in 't Goor, de kampplaats die men 10 jaar voordien ook al eens bezocht had. dit werd meteen ook het laatste bivak voor E.H. Jozef Oost. Gedurende 7 jaar heeft hij het wel en wee van de groep gedeeld. Hij kreeg de moeilijkee taak om E.H. Raf Dely op te volgen. Hij loodste de groep heelhuids door de perikelen van de brand in 1972. Hij was de stimulans voor het (letterlijk) uit de as heroprijzen van de groep. Dank U wel! Na het kamp werd de openstaande betrekking van proost ingenomen door E.H. André Windels, die door zijn Kachtems Chiroverleden dadelijk in de groep opgenomen werd.

In mei 1976 kwamen alle chiroleiders en -leidsters van het gewest West-Vlaanderen bijeen in de Roeselaarse Hallen. Onder het thema "Focus: impuls voor een betere chiro" werd samen met zo'n 2000 andere Chirovrienden gezocht naar hoe het nog beter kon. In de periode voor het bivak werden er aanstekers verkocht. Voor alle briefwisseling liet men een stempel maken. In augustus werd de kampplaats in Anthee opgezocht. Voor het eerst stond er netelsoep op het menu. Op de bezoekdag kon iedereen meedingen naar de hoofdprijs die geschonken werd aan hij f zij die juist kon raden hoeveel vliegen er aan een vliegenvanger hingen. Met het ingaan van het nieuwe werkjaar werd 'Licht en Gloed' - het leidingsblad - veranderd in 'Dubbelpunt' In 1977 ging alle aandacht naar de viering van het 20-jarig bestaan. Op de agenda stonden onder andere een dankmis, een receptie op het gemeentehuis waar een schaal werd aangeboden, een receptie in Lichtenhove voor alle leden en ouders, een Chirobal, een oudersfeest en een voetbalmatch tussen de leiders en de oud-leiders. Een ander hoogtepunt was het bivak, in Opglabbeek waar voor de tweede maal het kamp doorging. Voor dit kamp werd het kamp-en keukenmateriaal aanzienlijk uitgebreid. 's Morgens werd er een gevecht geleverd tussen de kerels en .... de haan van de eigenaar. 's Avond werd in de tent een vuurtje gestookt. Stond er die avond misschien 'haan aan 't spit' op het menu?

De landdag op 1 mei 1978 bracht zo'n 8000 Chiroleiders, Chiroleidsters, proosten en volwassen begeleidsters op de been. In Gent werd gezocht hoe het thema "Samen beweging maken" in de eigen groep kon uitgewerkt worden. Het kamp ging dat jaar door in Bouwel. Was ons van ginder het best bijbleef weren de verdwenen fietsbellen die 's anderendaags door de postbode afgeleverd werden! Autosleutels ging kopje onder in de open riool, de zaklamp van de proost redde 2 redders van een nachtje buiten slapen en regelmatig belandde er een pakje gips in de brievenbus. Na het kamp kwam er slechter nieuws: men moest de boerderij in de Weststraat verlaten! Op 29 oktober verhuisde de groep naar een huis in de Leysafortstraat dat door Marc Vancoillie tijdelijk ter beschikking werd gesteld. Uit deze periode stammen nieuwe plannen voor het bouwen van een eigen heem. Deze keer zou het mening worden.

In 1979 werd gestart met een hernieuwde uitgave van 'De Sterrestoet'. De opbrengst ging naar oudgedienden uit de Chirowereld die nu als priesters in het buitenland werkzaam zijn. De bouwplannen namen meer en meer vorm aan. Ouders, oud-leiders en anders sympathisanten werden aangesproken en uit verschillende voorvergaderingen kwam het concrete plan naar voren een VZW op te richten. Op 26 februari werd deze officieel opgericht en werd het bestuur verkozen. Geld werd ingezameld door de Chirojongens en -meisjes en verschillende acties werden gevoerd o.a. bloemenverkoop, pannekoekenkaarting, stickerverkoop, ... Zo werd het ook nodig de vergaderingen om praktische redenen samen te laten doorgaan met de Chiroleidsters. Zo kon heel gemakkelijk en vlug een en ander doorgeseind worden vanuit beide 'kampen'. Het kamp ging voor de twee maal door in Rotem. De zand-groeve waar men in 1969 zoveel plezier beleefde, was verdwenen: op dezelfde plek vond men nu een vuilnisbelt die weinig kansen bood om er te ravotten. Na Rotem werd gestart met een nieuwe afdeling. Men was niet gelukkig met het feit dat men aan kinderen van 6 en 7 jaar niets specifieks kon aanbieden en dat de speelclubbers een te grote groep werden. De jongste speelclubbers werden daardoor in een nieuwe groep ondergebracht: zij werden de "Sloebers". Jongens van het 3de en 4de leerjaar bleven speelclubbers. Traditiegetrouw stond er ook dit jaar een nieuwe verhuis op de agenda. Het huis waar meter Mart vroeger woonde werd het nieuwe onderkomen.

In de Stegelstraat werd begin 1980 bijgebouwd, zodat het oud papier dat reeds enkele jaren ingezameld werd, kon opgestapeld worden. Op 3 mei 1980, de dag daarvoor ook wij kozen, trok de leiding naar Ardooie om er met gans West-Vlaanderen (of zo ongeveer) IDOENA (=IETS DOEN NA ....) mee te maken. Montenau werd de volgende kampplaats. dit was het eerste bivak voor de allerkleinste chirosloebers. Dat boswachters in die streken boos worden wanneer men hun ladders leent, hadden de leiders nooit kunnen denken. Hadden we geweten dat de eigenaar Herr Krauser met een fles Schnapps te verschalken was, dan was onze kampprijs beslist lager geweest. De vruchten van maandenlang gesleur en gezwoeg met oude rommel werden geplukt op de Rommelmarkt gedurende de folklorefeesten in september. De opbrengst van deze acties dienden voor de hemenbouw. Op 1 november van dat jaar werd dan concreet gestart met het uitpassen van de ruwbouw. Het jaar daar (1981) werd uiteraard ook volledig gericht op het werken aan en rond de nieuwe thuis. De acties gingen ongestoord en met nog meer energie verder. Oud papier en karton verzamelen was reeds gedurende enkele jaren een gekende actie en deze werd nog steeds voortgezet hoewel de 'Gouden Tijd' (financieel dan ) toch wat voorbij was. Het zou geen echt Chirojaar geweest zijn indien er niet weer een verhuis op het programma had gestaan. De hoeve in de Stegelstraat werd verlaten en men trok opnieuw naar de Weststraat. Daar werd door de Heer Gabriël Vallaey zijn opslagplaats ter beschikking gesteld.

Het eigen heem schoot ondertussen uit de grond. Dank zij de onverwacht grote (en blijvend grote) opkomst van Chiromensen, ouders en sympathisanten werd de droom, ontstaan in 1965 eindelijk waar!! Van 20 tot en met 24 juli werd een arbeidsweek voor de hemenbouw opgezet. Er werd van 's morgens tot 's avonds gewerkt maar 's avonds was er nog genoeg energie over om het voor allen heel gezellig en leutig te maken in de tenten die 'ter plekke' opgezet waren. Ondertussen werd er ook al hard gewerkt aan de voorbereidingen voor het kamp.

Men trok naar Bree Beek waar West-Vlaamse eigenaar (Hans en Annie waren geboren Kortemarkenaars) en hun hond Toetoe de groep verwelkomden. Het prachtige weer zorgde opnieuw voor heel wat geplons in de Zuid-Willemsvaart. Toen men op een bepaalde dag op zoek ging om een technisch defect te herstellen, deed men een ontdekking die niet zonder prettige gevolgen zou zijn. Toevallig had men de wijnkelder van de eigenaar ontdekt. Deze deelde dan ook heel gul zijn "goddelijke drank" met de leiders na het kampvuur. Terug in Lichtervelde werd nog hard doorgewerkt aan het nieuwe heem. De wens om nog voor het jaareinde een laatste maal te kunnen verhuizen, werd nipt vervuld.

Op zaterdag 12 december werd alle materiaal overgebracht en de dag daarop zagen de Lichterveldenaren de gelukkige groep in het sneeuwlandschap voorbijtrekken op weg naar de Leysafortstraat, naar HUN THUIS